Vlaamse Opera voert gevecht met de zee

Geplaatst op 16 jun 2010

Vlaamse Opera voert gevecht met de zee

Met zijn eerste opera Peter Grimes schreef Benjamin Britten een werk dat nog altijd aangrijpend en levendig klinkt. Het is op en top een ensemblestuk, met een prominente rol voor het koor. Britten vermengde er religieuze hymnes in, volksdeuntjes, zeemansliederen en zelfs een snuifje musical.

Maar vooral roept Peter Grimes de heroïek van de zee op. Van het zachtste zeebriesje tot schuimende golven en de onbarmhartigste turbulenties: het zit er allemaal in.

De onstuimige Finse dirigent Leif Segerstam lijkt geknipt voor het zware weer. In de bulderende stormscène schuwt hij het grote gebaar niet. Maar evengoed kan hij het stil laten worden en aan het orkest van de Vlaamse Opera fluweelzachte tonen ontlokken, waar het hoofdpersonage dan zijn eenzaamheid boven uitschreeuwt. Bij de première kreeg Segerstam al halverwege een stormachtig open doekje.

Zijn landgenoot Jorma Silvasti debuteert in de titelrol en doet dat uitstekend. Op het toneel is hij de ruwe bonk met zachte kern, een zanger die sterke emoties weet op te roepen.

De spanning tussen de nukkige eenzaat Peter Grimes en de bekrompen gemeenschap die hem stigmatiseert, vormt het hart van dit drama. Peter Grimes vindt geen veilige haven in The Borough. Tot twee keer toe sterft een van zijn leerjongens, er zijn ook sporen van mishandeling. In een spiraal van roddels en verdenkingen vormt het vissersdorp front tegen hem. Grimes wordt uitgestoten als een zondebok.

In zijn regie voor de English National Opera, die in Antwerpen en Gent als basis dient, schakelt de Amerikaanse regisseur Peter Alden eenvoudige middelen en simpele effecten in. Ook na de zoveelste scènewissel kijken we naar dezelfde verweerde schuur, waaronder de actie zich voltrekt. De wendbare, brute decorelementen roepen afwisselend raadzaal, café en kerk op.

Maar Aldens scenograaf kan het perspectief ook breed opentrekken. Dan ontplooit zich een zeezicht met dramatische wolkenpartijen, waar nog net geen zeemeeuw uit komt zeilen. Oogstrelend is de finale waarin Grimes zijn onmacht bekent, als een stip tegen de horizon.

De vissersgemeenschap vormt niet één blok, maar een polyfonie van individuen en stemmen. Ze hebben elk hun expressie: kleurrijk, bitter, onhebbelijk of vrolijk. Als ze, net voor de fatale klopjacht, ook nog eens met Britse vlaggetjes gaan zwaaien, vormen ze zelfs even een nationaal front.

In de koorscènes grijpt de regisseur naar de verhevigde vormentaal van het expressionisme. Zo lijkt Auntie wel gemodelleerd naar een van de sarcastische portretten van Otto Dix.

Maar de anekdotiek overheerst te fel. Op Ellen Orford (Judith Howard) en Captain Balstrode (Peter Sidhom) na, de enigen die Grimes ter hulp schieten, zie je karikaturen defileren. Vooral de twee kinky ‘nichtjes' van de waardin (Liesbeth Devos en Tineke Van Ingelgem) werken op de zenuwen. Het cafétafereel eindigt in een carnavaleske pantomime, waarin zelfs bij de onderzoeksrechter de broek tot op de enkels zakt.

Bovendien heb je de indruk dat de opeenvolgende scènes in een soort van nevenschikking naast elkaar staan. Ze vormen te weinig een stuwend, organisch geheel dat naar een kolkende climax opbouwt.

‘Peter Grimes'. Gezien op 13 juni in de Vlaamse Opera in Antwerpen. Nog tot 27 juni. Daarna van 3 tot 10 juli in Gent.

door Geert Van der Speeten


Gerelateerde producties

  • Een vissersdorp aan de woeste Engelse kust. Het leven is er hard, de vissers doen hun werk op de onstuimige zee, wonen in schamele...